Speluitleg

Curling in het kort

Curling is een teamsport, het draait bij curling vooral om precisie, controle en samenwerking. In 1998 was curling voor het eerst te zien op de Olympische Winterspelen. Curling wordt gespeeld op een speciale geprepareerde ijsbaan die sheet wordt genoemd. Deze baan is 5 meter breed en 45 meter lang. De bovenlaag is voorzien van pebbles, kleine vastgevroren waterdruppeltjes waar de stenen overheen kunnen glijden.

Curling wordt gespeeld met twee teams van vier personen die om de beurt een steen gooien. Per persoon worden twee stenen gegooid.

Vanuit de hack maakt de speler, met de steen voor zich en de bezem in de andere hand voor het evenwicht, een sliding. In de sliding worden snelheid en richting bepaald. Bij het loslaten van de steen wordt er een rotatie meegegeven, de handle.

De steen moet losgelaten worden voor de eerste hogline. Stenen die vóór de tweede hogline stil liggen worden uit het spel gehaald. Dit geldt ook voor stenen die over de zijlijnen gaan en voorbij de backline.

De skip bepaalt de tactiek van het spel. Zij gooit tevens de laatste twee vaak allesbepalende stenen. Zij staat tijdens de wedstrijd aan de andere kant van de sheet en geeft met haar bezemkop aan waar ze de steen wilt hebben. Rekening houdend met de curve die de steen tijdens zijn tocht maakt, plaatst zij haar bezemkop op de juiste plek waar de speelster op moet richten. Als er een steen van de tegenstander moet worden weggespeeld gebeurt dit middels een take out, een snelle steen die de andere steen uit het spel speelt.

De eerste die haar twee stenen gooit is de lead. De overige twee speelsters, in dit geval de second en de third, lopen met hun bezem in de aanslag met de steen mee en roepen de geschatte afstand (lengte) naar de skip. De skip houdt de curve van de steen in de gaten en met de informatie over de lengte geeft zij luide en duidelijke instructies om wel of niet te vegen.

Als je gaat vegen veroorzaak je wrijving, de bezem moet dan wel snel en met veel druk over het ijs worden bewogen. Door de gecreëerde wrijving wordt de toplaag van het ijs opgewarmd, waardoor het ijs een beetje smelt. Als deze toplaag opgewarmd is, komt er een waterlaagje tussen de onderkant van de steen en de ijslaag, door deze waterlaag kan de steen langer doorglijden op de ijsvloer. Als de steen snelheid verliest maakt de steen z’n curl. Het vegen is dus enorm belangrijk. Goede communicatie tussen alle speelsters is hierbij van groot belang.

Een goed veeg-duo (je veegt altijd met zijn tweeën) kan de steen makkelijk twee tot drie meter verder krijgen dan waar de steen zou zijn gestopt zonder vegen. Dat is het verschil tussen een steen voor het huis (de cirkels) en een steen midden in het huis, het verschil tussen Olympisch zilver en goud. Tijdens de wedstrijden wordt er maar liefst vijf kilometer aan veegwerk verricht, de curlingspelers moeten daarvoor een goeie conditie hebben.

De second gooit de derde en vierde steen. De third gooit de vijfde en zesde steen. Als de skip haar stenen gooit staat de third als vice skip aan de andere kant van de sheet. Samen met de skip bepalen zij de tactiek van de laatste twee stenen.

Als alle 16 stenen zijn gegooid, en daarmee het end is beëindigd, wordt de score bepaald. Vanuit het midden van het huis, de tee, wordt er gekeken welke steen shot ligt, oftewel de dichstbij de tee gelegen. Dát team scoort punten. Het aantal punten hangt af van de reeks ononderbroken stenen die in het huis liggen. In dit geval scoort team geel twee punten. Want de derde beste steen is voor groen en doorbreekt daarmee de scorende reeks van geel.

Een officiële wedstrijd zoals die wordt gespeeld op het EK-B bestaat uit tien ends en heeft na het vijfde end een korte pauze van vijf minuten. Eén end duurt 15 minuten. Op de andere toernooien wordt er op de klok gespeeld zonder pauze en wisselt het aantal ends.